Strooien

Strooien_Appeltjes_van_Oranje_Sinterklaas.jpg

Illustratie: Sint Nicolaas en zijn knecht (1920)

Waar komt het strooien vandaan? Zoals met veel sinterklaasgebruiken bestaan er verschillende verklaringen. Het is mogelijk dat het strooien een gewoonte is die voortkomt uit oude vruchtbaarheidsrituelen. Deze rituelen voerden mensen begin december uit. Omdat die in dezelfde tijd vielen, hielden ze dit gebruik tijdens het Sinterklaasfeest in ere.

Het strooien van snoep zou dus symbool staan voor het inzaaien van het land en van het bevorderen van de vruchtbaarheid bij de mensen. Het strooien is in deze uitleg vergelijkbaar met het gooien van rijst en confetti bij een bruiloft.

Een andere uitleg is dat de gewoonte te strooien komt uit een van de bekendste legenden over Sinterklaas. Een vader wilde zijn dochters de prostitutie insturen om aan genoeg geld te komen voor een bruidsschat. Om dit te voorkomen strooide de Sint 's nachts stiekem goudstukken door het raam van de jonge meisjes naar binnen, zodat ze konden trouwen. Vroeger mengden ze de pepernoten daarom met echte muntstukken. Tegenwoordig herinneren de chocolademunten daar nog aan.

Voor meer oude bronnen omtrent het strooien betrekking hebbend op Nederland klik hier

1717

Gysens van, Jan (1717). “Jan van Gysens maandaagse Amsterdamsche merkurius, verhaalende op een boertige wys, ’t voornaamste nieuws door heel Europa” (pagina 171 – 153 t/m 156). Jacobus van Egmont (Amsterdam) 18 juni 2015


“Ik had gehoopt een Vrouw te krygen van Sint Klaas,
Maar ik nog geen van al myn kind’ren zyn helaas!
Door hem bezorgt; myn neef op Sinter Klaas verbeten,
Die heeft myn kind’ren in hun lyden niet vergeten,”

“Die niet als Wit papier door schouw of schoorsteen smeet,
De kinders grabbelden, vast denkend dat het waaren
Wat leege briefjes om iets moois in te vergaaren,”

“‘een amsterdammer kwam gekleed als harlekein, in schyn van sinte klaas, en deelden aan hun meeden wat lekker was, of mooy, gelijk al-ouwde deeden.”

1847

Anoniem (1847) . Het Sint-Nikolaas-Feest uit “Moeders schoot” (pagina 74 t/m 79).  S.E. van Nooten (Schoonhoven) 12 maart 2015

“Het zijn dus uw lieve ouders en vrienden, die u die vreugde verschaffen; en hoe beter gij nu oppast, zoo veel te meer lust zullen zij ook hebben, om u veel goed te doen. Men vertelt u dan nog wel eens een grapje, als of Sint Nikolaas nog leefde, en u zelf ’s nachts bezocht; en dan worden kinderen, die nog klein en dom zijn, of die wat kwaad gedaan hebben, wel eens bang; maar gij begrijpt wel, dat het maar voor de pret is, en dat geeft dan ook zoo de aardigheid aan dien vrolijken avond. Men verkleedt zich dan ook wel eens, en rammelt met een’ ketting. Gij zijt immers zoo kinderachtig niet mee, om daar bang voor te wezen? Neen, ook? Maar dan moet gij een ander ook niet al te bang maken. Daar was Sint Nikolaas waarlijk te goed en vriendelijk voor, om na zijnen dood voor een’ bullebak gebruikt te worden.”

Bron tekst / 1717 - 1847: www.sintzwartepiet.nl