Boot

stoomboot_Sinterklaas.png

Dat Jan Schenkman, een Amsterdammer die in de Jordaan onderwijzer was op een Stadsarmenschool, een Sinterklaasboek heeft geschreven, is niet verwonderlijk. Ten eerste was zijn nevenfunctie tekstschrijver en ten tweede was Amsterdam de plaats waarvan Sint Nicolaas al in de middeleeuwen beschermheilige was. De goedheiligman stond bekend als beschermer van de zeevaarders, handel en kinderen. Amsterdam was historisch gezien de belangrijkste handelsplaats van Nederland en kon de beschermende kwaliteiten van Sint Nicolaas goed gebruiken.

Schenkman introduceerde met zijn vers en bijhorende prent ‘Zie ginds komt de stoomboot’ de jaarlijkse Sinterklaasintocht in Amsterdam.

Pas in 1912 plakte Johan de Veer twaalf van Schenkmans regels op een Duits volkslied (im märzen der bauer) en zo ontstond het Stoombootlied dat elke Nederlander kent.

Amsterdam is ook wel ‘de hoofdplaats der sinterklaasvreugd’ genoemd. Maar waarom gebruikte Schenkman de stoomboot als vervoermiddel van Spanje naar Nederland?

Specerijen, sinaasappels, mandarijntjes en ander soort handel werden in de 17de eeuw in Nederland aangevoerd vanuit Spanje. Dat hem in onze streken een Spaanse afkomst werd toegedicht, had te maken met het feit dat Zuid-Italië, waar zijn gebeente werd vereerd, indertijd deel uitmaakte van het Spaanse rijk. Keizer Karel V en zijn zoon Filips II waren naast koning van Spanje ook heerser over het Rijk der Beide Siciliën, zoals het toen genoemd werd

In de tweede helft van de negentiende eeuw was de stoomboot een ontzettend modern vervoermiddel. Een radarschip met een grote zwarte pijp én nog met zeilen. In 1816 was voor het eerst een stoomschip uit Engeland de Amsterdamse haven binnen varen.