Home » Lekkernijen weetjes » Pepernoten

Pepernoten

Bron foto: www.smulweb.nl

De geschiedenis van het kruidkoekje als strooigoed

In tal van Sinterklaasliedjes maar soms ook in liedjes die betrekking hebben op het feest van Sint Maarten worden de pepernoten genoemd als strooigoed. De kruidkoekjes zijn – in verschillende varianten – al eeuwenoud. Al honderden jaren lang vormen ze een delicatesse, zij het niet altijd even deugdzaam. De woorden 'kruidnootjes' en 'pepernoten' worden nog al eens door elkaar gebruikt. Pepernoten zijn vierkante stukjes peperkoek, een soort taaitaai eigenlijk, gemaakt van een speciaal soort deeg. Ze zijn vrij groot, hoekig en bruin van kleur. Er zit geen peper in zoals de naam suggereert, wel specerijen als gember, kaneel, kardemom en korianderzaad. Kruidnootjes zijn de knapperige, halfronde minispeculaasjes die worden rondgestrooid. Echter ook in De Van Dale woordenboeken wordt het woord 'pepernoot' gebruikt voor beide varianten. De eerste pepernoten werden in de middeleeuwse kloosters gebakken en werden ‘panis piperatus’ genoemd. Omdat men daar de lees- en schrijfkunst machtig was, vormden de kloosters vaak de bakermat voor nieuwe culinaire ontwikkelingen. Door het uitwisselen van recepten en de bijzondere specerijen die bijvoorbeeld door de Kruisvaarders werden meegebracht uit het Midden – Oosten kon men ook vrijelijk experimenteren.

Pepernotenoorlogen

Het bakken van pepernoten door de brood – en koekbakkers naderhand verliep echter niet zonder slag of stoot. Jarenlang werd hevige strijd geleverd over het recht om pepernoten te bakken. Zo vinden we tal van verslagen over deze strijd in de archieven van het Groningse koekenbakkergilden. Niet minder dan 30 resoluties en verordeningen in dit archief - in totaal 80 bladzijden op groot folio-formaat – hebben betrekking op de ‘pepernotenoorlogen’. Wilde men het recht verkrijgen op het bakken van pepernoten dan moest men uiteraard allereerst lid zijn van het gilde. Een aspirant lid moest daarvoor eerst 2 jaren lang koeken hebben gebakken met goed gevolg of als zodanig bij een meester-bakker in de leer zijn geweest. Er waren echter ook meerdere pepernotenbakkers die deze regels aan hun laars lapten.

Vier daalders boete

In het bijzonder werd artikel 13 van het gilde ontdoken: “Niemant buiten dese gilde sijnde sal vermoogen eenige koeken (…) gelijck mede Pepernoten buiten de gewoonlijcke Jaermarkcten te backen, ofte van vremde Luiden op ende aen andere te vercopen, bij poena (= boete) vier daler ende verbeurte ( = verbeurdverklaring) der koecken, halff voor de Stadt ende halff voor de Gilde.” Dit werd allemaal keurig vastgelegd op schrift in 1640 maar in 1647 kwam er toch weer een geding over het recht om pepernoten te bakken. Ditmaal stond bakker Lamberts Berent terecht en hoe hij ook pleitte dat hij al sinds ‘ondenckelijke jaeren’ zonder problemen de kruidkoekjes had gebakken, het batte hem niet. Hij had zijn boete maar te voldoen.

Strooigoed

Dat pepernoten als strooigoed worden gebruikt is goed te verklaren als we terug gaan naar Germaanse tijden. De hoofdman van de stam strooide graankorrels – symbool vol kiemkracht – uit over pasgeboren baby’s. Het uitstrooien van goede gaven in de vorm van rijst en andere voedsel zien we ook in onze moderne tijden nog terug bij huwelijken etc. De kruidnootjes, of het nu witte of bruine pepernoten zijn of anijsmoppen, zijn tegenwoordig aan de kindersmaak aangepast. Niet vol hete peper maar heerlijk zoet. Om de productie van vele tientallen kilo’s per dag bij te kunnen ontwikkelde bakker L. Snijders uit Numansdorp in de jaren 1970 / 1980 een pepernotenkanon, dat het beste te vergelijken is met een uitvergrote gehaktmolen. Voorheen maakte hij pepernoten handmatig door het maken van pillen en het in stukjes snijden hiervan. Zo kon hij met vier man op een middag gemiddeld 25 kilo pepernoten produceren. Een machine die de pillen mechanisch fabriceerde was in eerste instantie al een verbetering van de productie. Het deegkanon werd later verbeterd tot een heus pepernotenkanon dankzij technisch vernuft in de familie. Zo was bakker Snijders in staat op zijn productie te verhogen tot 1500 kg per dag.

Zeeuwse peperbollen

In Zeeland werden en worden in plaats van de bekende pepernoten peperbollen gebakken. Deze sterk met anijs gekruide kleine bolletjes worden vooral met Sinterklaas als een ware delicatesse gezien. De peperbollen werden per gewichtseenheid uit grote bussen over de toonbank verkocht. Vooral op het platteland, bv. in het plaatsje Ellemeet (omgeving Renesse) waar, door de grote uitgestrektheid van het gebied weinig Sinterklazen en Zwarte Pieten hun rondgang konden doen, trokken de kwajongens erop uit, belden aan bij de boerderijen en strooiden de peperbollen rond. Soms gebeurde dit zo uitbundig dat er diverse olielampen sneuvelden. De boerin,´hels’ geworden, greep de mattenklopper en rende de jongens achterna, wat natuurlijk ook de bedoeling was. Door het gebrek aan Pieten zette men ook vaak de deur op een kier, waarna de familie alleen maar een zwarte hand naar binnen zag komen, die de peperbollen strooide.