Zout

Zout is het symbool van wijsheid. Het wordt in de roomskatholieke Kerk nog steeds bij het doopsel gebruikt. Het is daar behalve symbool van wijsheid ook symbool van kracht en vurigheid. Bovendien wordt het als een afweermiddel tegen het kwade gezien. De priester legt de dopeling enkele korrels zout op de tong en zegt daarbij: 'Ontvang het zout der wijsheid, en moge het u een voorbereiding zijn voor het eeuwige leven.'

Wie tot de jaren van wijsheid was gekomen (wie niet meer 'geloofde'), kreeg een zakje met wat zout in de schoen. je was dan áfgezouten'. 

Jr. 80 - illustratie

Zout gebruik in Groningen

In Groningen kreeg een kind af en toe een zakje zout en een plak koolraap op zijn bord. Dat betekende dat het kind te oud was om ‘op te zetten’. En, zo noteert Fré Schreiber, werd het kind dus ‘ofzoltjet’.

Swaarde Pait, as t nait vrust,
breng mie din n swoan ien t nust,
gooi t mor op mien widde bord,
en om mie gain puutje zolt.

Bron: klik hier

Zak je zout voor knorrende - stoute kinderen

Sinterklaaslied: Hoor wie klopt daar kinderen

Hoor wie klopt daar kind'ren,
Hoor wie klopt daar kind'ren.
Hoor wie klopt daar zachtjes tegen 't raam.
't Is een vreemd'ling zeker,
die verdwaalt is zeker.
'k Zal eens even vragen naar zijn naam:
Sint Nicolaas, Sint Nicolaas
brengt ons vanavond een bezoek
en strooit dan wat lekkers
in één of andere hoek.

Stoute kind'ren, zegt hij,
krijgen knorren, zegt hij,
of een zakje, zegt hij, met wat zout.
Want je weet wel, zegt hij
dat Sint Nicolaas, zegt hij
van die stoute kind'ren heel niet houdt.
Sint Nicolaas, Sint Nicolaas
brengt ons vanavond een bezoek
en strooit dan wat lekkers
in één of andere hoek.

1944 - Fragment uit een liederenbundel

Liederenbundel: St. Nicolaas en zijn knecht