Lawaai maken / wild geraas

Zie de maan schijnt door de bomen, makkers staakt uw wild geraas….

Een heel bekend lied in de Sinterklaastraditie waarin die speciale term: WILD GERAAS voorkomt. Die term verwijst naar het gebruik om op of rond Sint Nicolaasavond rond te gaan met veel lawaai. Dit lawaai werd op vele manieren gemaakt. Heel vaak werd hiervoor een ketting (de verwijzing naar de geketende duivel) gebruikt. Maar ook werd op deuren en ramen gebonsd (zoals Zwarte Piet nu nog doet, wanneer hij de zak met cadeautjes komt brengen) en op hoorns geblazen. In het buitenland zien we vaak ook bellen, horen we geluiden van de zweep en wordt op allerlei manieren deze ketelmuziek, zoals dit ook wel genoemd wordt, gehoord. Een van de oudste Nederlandse bronnen waarin naar dit gebruik verwezen wordt, stamt uit 1659.

Voor meer oude bronnen omtrent lawaai maken / wild geraas met betrekking hebbend op Nederland, klik hier

1944

Fragment uit het boekje: Sint Nicolaasliedjes, Oude en nieuwe Sinterklaasversjes

1948 - Intocht Marken

Foto uit het blad 'week in beeld'

Intocht Sinterklaas met zijn Pieterbazen in Marken. Hier zien we goed de ketting, de roe en een zeer aparte maskerade van de Knechten en Sinterklaas ze dragen namelijk maskers.

Ook in Sinterklaasliedjes kom je het kenmerk tegen

# Rommel de Bommel wat een gestommel
Hoor ik me daar op de zolder
Rinkel de kinkel wat een gerinkel, wat een geholderdebolder

# Daar wordt aan de deur geklopt,
hard geklopt, zacht geklopt.
Daar wordt aan de deur geklopt.

De boel op stelten zetten

Er wordt in oude bronnen ook vaak gesproken over Sint Nicolaas of een andere figuur op stelten/ ook wel: op krukken (de duivel op krukken). Dit kennen we uit het spreekwoord “De boel op stelten zetten.” Het maken van lawaai komt ook terug in de Sint Nicolaas viering. In de Scandinavische Landen vinden we het terug in het woord Yule (Joel) voor de midwinterfeesten, waar het Nederlandse woord joelen van is afgeleid dat ook lawaai maken betekent! Denk in het Sinterklaasfeest aan het Wild Geraas, de kettingen die de begeleiders van Sint Nicolaas met zich meedragen waarmee herrie gemaakt wordt en het bonzen op ramen en deuren. In de meeste landen waar Sint Nicolaas gevierd wordt gebruiken de begeleiders de kettingen tot op de dag van vandaag. De ketting, of te wel ketenen, worden ook in het boek uit 1840 beschreven als zijnde een attribuut van de duivel. We zien dit gegeven terug in diverse schilderijen, o.a. in het bekende schilderij van Jan Steen. De oude vrouw op de achtergrond wenkt naar iemand die zich schuil houdt om tevoorschijn te komen. Mogelijk iemand die voor Sinter Klaas speelt en rammelt met de ketting oid. Onzichtbaar, want dat mocht niet, maar wel degelijk aanwezig. Mogelijk dat hij even later wel tevoorschijn kwam, hetzij als Sinter Klaas hetzij als zichzelf, geheel verontwaardigd dat de Sint net langs kwam nu hij er zelf niet was. Zeker nu de kinderen afgeleid zijn met cadeautjes. (Dit gebeurt nu nog wanneer vader of moeder naar de wc gaat en er (hoe bijzonder) op het raam gebonkt wordt en er een zak met cadeautjes voor de deur blijkt te staan, net nu moeder er niet was.) We zien dit ook bij Brakenburg. Ook tegenwoordig zet Zwarte Piet de boel nog regelmatig op stelten! Zo hoort het ook!

Joelblok

Bron afb. www.cardcow.com

Bron afb. www.realtor.com

Ook in andere Europese landen vinden we het gebruik met deze term nog terug in bijvoorbeeld het Joelblok. Een groot stuk hout dat werd verbrand.

Bron foto: www.ah.nl

Zo’n blok vinden we nu nog vaak in de IJstaarten zoals die wel met kerst worden geserveerd. Dit vindt hier zijn oorsprong:

Bron teksten: Lawaai maken / De boel op stelten zetten, www.sintenzwartepiet.nl